Begrippenlijst luchtontvochtigers
Begrippenlijst (schimmel, vocht & luchtontvochtigers)
Welkom in onze begrippenlijst over schimmel, vocht en luchtontvochtigers. Op deze pagina leggen we veelgebruikte termen helder uit, zodat je sneller begrijpt waarom vochtproblemen ontstaan, hoe je signalen zoals condens of schimmel kunt duiden en welke oplossingen (ventilatie, isolatie, ontvochtigen) in jouw situatie logisch zijn.
Gebruik de lijst als naslagwerk: klik/scroll naar een begrip dat je tegenkomt in onze adviezen of productinformatie, en lees direct wat het betekent—met waar relevant ook de link naar verwante termen zoals relatieve luchtvochtigheid (RV), dauwpunt, koudebruggen en capaciteit van ontvochtigers.
- Absolute luchtvochtigheid (AH): De werkelijke hoeveelheid waterdamp in de lucht, uitgedrukt in g/m³. Warme lucht kan meer waterdamp bevatten dan koude lucht. Zie ook: Relatieve luchtvochtigheid, Dauwpunt.
- Adsorptie: Proces waarbij watermoleculen aan het oppervlak van een droogmiddel (bijv. silicagel/zeoliet) hechten. Niet hetzelfde als absorptie (opnemen in het volume).
- Adsorptieontvochtiger: Ontvochtiger die met een droogmiddel werkt en periodiek opwarmt om het vocht af te voeren. Effectief in koude ruimtes (<15 °C), met relatief constante werking bij lage temperaturen.
- Afzuigkap naar buiten: Keukenafzuiging die de vochtige/warme lucht rechtstreeks naar buiten voert (beter tegen vocht dan een recirculatiemodel met alleen koolstoffilter).
- Allergenen: Stofjes die allergische reacties kunnen uitlokken, zoals schimmelsporen, huisstofmijt en pollen.
- βglucanen (betaglucanen): Celwandcomponenten van schimmels die het afweersysteem kunnen prikkelen en klachten kunnen verergeren bij gevoelige personen.
- Bouwvocht: Vocht dat na bouw/renovatie in materialen zit (beton, stuc, gips). Kan maanden aanhouden; vraagt om ventileren en vaak ontvochtigen.
- Bruinrot / Witrot: Types houtrot door schimmels. Bruinrot breekt vooral cellulose af (bros, bruin), witrot tast ook lignine aan (vezelig, bleek).
- Capaciteit (ontvochtiger): Hoeveelheid vocht die een ontvochtiger per 24 uur kan verwijderen (l/dag). Fabriekstesten vaak bij 30 °C / 80% RV; in koelere NLomstandigheden is de effectieve capaciteit lager.
- Capillaire werking: Verschijnsel waarbij water via kleine poriën/kanalen in materialen (zoals baksteen) opstijgt. Oorzaak van optrekkend vocht.
- Cellulose: Plantaardige vezel (o.a. in hout, papier, behang). Schimmels gebruiken cellulose als voedingsbron.
- Chloor (bleek): Sterk oxiderend middel dat bleekt. Op poreuze ondergronden dringt het slecht door, irriteert luchtwegen/huid; daarom niet de eerste keuze voor schimmelverwijdering. Zie ook: Schimmelreiniger, Soda.
- Condensatie: Overgang van waterdamp naar waterdruppels wanneer lucht tot onder het dauwpunt afkoelt. Zichtbaar op koude oppervlakken (ramen/bruggen).
- Condensatieontvochtiger (compressor): Werkt als een koelkast: lucht koelt af op een verdamper, vocht condenseert en wordt opgevangen/afgevoerd. Ideaal bij >10–15 °C (verwarmde ruimtes).
- Continue afvoer: Slangaansluiting om condenswater permanent af te voeren naar een afvoerputje/wasbak. Handig bij langdurig of onbemand gebruik.
- Dampdicht / Dampopen: Eigenschap van materialen/constructies om waterdamp wel/niet door te laten. Dampdicht (bijv. aluminiumfolie), dampopen (bijv. minerale pleister).
- Dampdruk: Druk die waterdamp uitoefent. Waterdamp stroomt van hoge naar lage dampdruk (typisch van warm/vochtig naar koud/droog).
- Dampremmende laag (dampscherm): Folie/laag aan de warme zijde van isolatie om damptransport in de constructie te beperken en interne condens te voorkomen.
- Dauwpunt: De temperatuur waarbij lucht met een gegeven RV verzadigd raakt en condens ontstaat. Koude oppervlakken onder het dauwpunt worden nat.
- Decibel (dB): Geluidsniveau van een apparaat. Voor slaapkamers is <~42 dB prettig.
- Defrost / Vorstbeveiliging: Automatische ontdooifunctie van condensatieontvochtigers bij lage luchttemperaturen, om rijpvorming op de verdamper tegen te gaan.
- Efflorescentie (zoutuitbloei): Witte kristallen op metselwerk/stuc door migratie en verdamping van zouten uit vochtige ondergrond. Vaak indicatie van optrekkend vocht of doorslag.
- Energielabel (ontvochtigers): Niet voor alle ontvochtigers uniform van toepassing zoals bij koelkasten/wasmachines. Vergelijk liever wattage (W) en kWh bij realistisch gebruik.
- Evenwichtsvochtgehalte (EVG/EMC): Hoeveelheid vocht in materiaal die in evenwicht is met de omgevings-RV/temperatuur. Belangrijk bij hout en gips.
- HEPAfilter: High Efficiency Particulate Air; filtert ≥99,97% van deeltjes >0,3 µm (pollen, mijt, schimmelsporen). Klasse H13/H14 zijn hoogwaardig.
- Huisstofmijt: Microorganisme dat houdt van RV >60%. Klachten verminderen bij <50–55% RV.
- Huiszwam (Serpula lacrymans): Houtrotschimmel die al groeit bij ~20–30% houtvocht en zich via metselwerk kan uitbreiden. Vereist specialistische aanpak.
- Hygrometer: Meet de relatieve luchtvochtigheid (RV) in %. Plaats niet bij raam/verwarming/grond.
- Hygrostaat: Regelaar (vaak ingebouwd) die de ontvochtiger automatisch in/uitschakelt op basis van een ingestelde RV (bijv. 50%).
- Ionisatie: Luchtreinigingstechniek die deeltjes elektrisch laadt zodat ze samenklonteren en neerslaan of beter gefilterd worden. Kan ozon genereren bij sommige systemen; gebruik vooral als aanvulling op HEPA.
- IP(X) score is een score die aangeeft hoe goed een luchtontvochtiger is beschermt tegen water. Het eerste cijfer geeft aan hoe goed de bescherming is tegen vaste stoffen ( zoals stof) het 2e cijfer tegen vocht of water. Met name van belang voor luchtontvochtigers voor de badkamer.
- Kelderzwam (Coniophora puteana): Houtrotschimmel die hoger houtvocht nodig heeft (~50–60%). Vaak in kelders/keukens.
- Koudebrug (thermische brug): Constructiedetail met hogere warmtestroom (bijv. betonbalk, doorlopend balkon), waardoor het oppervlak kouder is en condens/schimmel kan ontstaan.
- Kruipruimte: Ruimte onder de beganegrondvloer. Vaak vochtig; ventilatie en vochtwering zijn cruciaal om schimmel/geur te beperken.
- Lekkage: Onbedoelde waterinvoer (dak/leiding/voeg). Altijd eerst lek verhelpen vóór cosmetische herstel en schimmelreiniging.
- Mycelium: Het dradennetwerk (hyfen) waaruit een schimmelkolonie bestaat.
- Mycotoxinen: Giftige stoffen die sommige schimmels onder stress kunnen produceren. In woningen is de directe rol bij gezondheid nog onderwerp van onderzoek; voorkomen blijft verstandig.
- Ontvochtigingsgraad / DoelRV: Gewenste instelwaarde op de hygrostaat (meestal 40–60% RV).
- Optrekkend vocht: Vocht dat vanuit de fundering of bodem via muren opstijgt (capillair). Vaak zichtbaar tot ~1 m hoog; leidt tot natte plekken/zouten.
- Psychrometrie: Leer van lucht/vochteigenschappen (temperatuur, RV, dauwpunt, enthalpie). Handig voor diagnose en dimensionering.
- Relatieve luchtvochtigheid (RV): Hoe vol de lucht zit met waterdamp, relatief aan wat ze maximaal kan bevatten bij die temperatuur (%). Richtwaarde binnen: 40–60%.
- Regendoorslag: Inwaaiend regenwater door poreuze gevels, scheuren of foutieve spouwdetails. Zichtbaar als natte plekken na harde regen/wind.
- Sodaoplossing: Mild reinigingsmiddel (natriumcarbonaat) dat vaak materiaalvriendelijk is bij oppervlakkige schimmel op nietporeuze ondergronden.
- Sorptieisotherm: Relatie tussen materiaalvocht en omgevingsRV bij een bepaalde temperatuur; verklaart waarom materialen vocht bufferen.
- Spouw / Spouwanker: Luchtlaag tussen binnen en buitenblad van de gevel; ankers verbinden de bladen. Foute details kunnen koudebrug of doorslag geven.
- Sporen (schimmelsporen): Microscopische deeltjes waarmee schimmels zich voortplanten en verspreiden; komen gemakkelijk in de lucht.
- Stachybotrys chartarum: Schimmelsoort die soms in zeer vochtige binnenmilieus voorkomt (op celluloserijke, langdurig natte ondergronden). Wijst op ernstige vochtproblemen.
- TijdbovenkritischeRV (TOW – Time of Wetness): Fractie van de tijd dat een oppervlak ≥~80% RV is. TOW > 0,5 (meer dan de helft van de dag nat) betekent hoog schimmelrisico.
- Tras(raam/laag): Waterkerende laag of mortel in metselwerk om optrekkend vocht te beperken; ook onderdeel van injectie/herstelmethoden.
- Ventilatie (natuurlijk/mechanisch): Verversen van binnenlucht. Natuurlijke ventilatie via roosters/ramen; mechanisch via ventilatoren/WTW. Cruciaal om vocht en VOS af te voeren.
- Ventilatievoud (ACH): Air Changes per Hour: aantal keren per uur dat de ruimteinhoud aan lucht wordt ververst. Hogere ACH = sneller vochtafvoer.
- Vluchtige organische stoffen (VOS/VOC’s): Gassen uit materialen/activiteiten (bijv. verf, meubels, koken). Sommige geven geur/irritatie; concentraties nemen toe bij hogere RV/temperatuur.
- Vorstgevaar (bij ontvochtigen): Bij lage luchttemperatuur kan vocht op de verdamper bevriezen. Dan is vorstbeveiliging of een adsorptiemodel verstandiger.
- Watt (W) / kWh: Vermogen (W) en energieverbruik (kWh). Voorbeeld: 250 W × 5 u/dag = 1,25 kWh/dag. Vergelijk apparaten op kWh bij jouw gebruik.
- WEEE / LUCID / Citeo: Ewaste en verpakkingsregistraties (EU/Duitsland/Frankrijk) voor inzameling en recycling van apparaten/ verpakkingen. Relevant voor retour & milieuinstructies.

